Reisverhalen


logo van Twin-travel

Regelmatig ontvangt Twin-travel verslagen van de reizen, die onze stichting organiseert. Daarnaast staan er wel eens berichten in de krant over onze organisatie. Hieronder een overzicht van deze verslagen en berichten.




PLUK HET MOMENT


Verslag van een excursievakantie in Cascais, Portugal.



's Morgens bel ik Twinreisleider Wim op om te zeggen dat we zonder tegenbericht ondanks de aswolk om kwart voor een de trein nemen naar Schiphol. Wim zat al op Teletekst te kijken naar de Aswolkberichten, en besluit dezelfde trein te nemen. Op schiphol ontmoeten we de andere 7 Twin reizigers. Tot mijn schrik merk ik dat ik met mijn 39 jaar verreweg de jongste ben. De meesten zijn tussen de 50 en 60 en drie tussen de 80 en 85. We zijn met vier mensen die begeleiding hebben en we hebben acht dagen, dus zullen we elke begeleider twee keer hebben, zo vertelt Wim. Natuurlijk kunnen we ruilen als de wensen dan beter overeenstemmen.

We krijgen ruim gelegenheid om elkaar te leren kennen, want door de aswolk - tenminste, dat wil Transavia ons doen geloven, maar hoe meer ze praten, hoe duidelijker het wordt dat het een kwestie is van twee vluchten in een pakken - vertrekken we met bijna acht uur vertraging. We delen met zijn tienen een fles Cointreau die we bij de Tax free winkel kopen, we maken cryptogrammen, lezen alvast reisgidsen en lopen rondjes.

Om zeven uur dinsdagmorgen arriveren we in hotel Vila Galé in Cascais. Na een paar uurtjes slaap, een goed en uitgebreid ontbijtbuffet en een praatje van de Oad-medewerkster, verkennen Thea en ik de omgeving van het hotel. Er is een mooi park en een kasteel waar een gemeentemuseum in gevestigd is. Omdat het in Portugal museumweek is, mogen we er gratis naar binnen. We zouden uren door de kamers en zalen kunnen dwalen, maar dat doen we niet, want die middag stappen we in de Oad-bus naar Sintra, waar Gids Odette ons in charmant gebroken Nederlands rondleidt in het Palácio Nacional de Sintra, tot 1910 de koninklijke zomerresidentie.

Na Sintra rijden we naar Cabo da Roca, de meest westelijke punt van het Europese vasteland. Deze 145 meter hoge, steil uit zee oprijzende kaap is het uiteinde van de Serra da Sintra. In de souvenirwinkel is een certificaat te koop als getuige dat je hier geweest bent, zelfs in braille te verkrijgen staat er op een bordje.

Terug in het hotel genieten we van een uitgebreid dinerbuffet.



Woensdag rijden we naar het vestingstadje Óbidos, een middeleeuws stadje met een wirwar van straatjes. Marie en ik kunnen het niet laten tegen het advies van Odette in, toch even op de stadswal te gaan lopen.

Daarna rijden we naar het dorp Alcobaça, het centrum van fruitteelt en wijnbouw, dat zijn bestaansrecht te danken heeft aan het klooster van Santa Maria. Veel tijd hebben we hier niet, zodat de beschrijving uit de reisgids een beschrijving blijft waar geen persoonlijke herinneringen aan kleven.

We rijden naar Fátima, één van de beroemdste bedevaartsoorden ter wereld. We schuiven even in de kerkbank voor de mis die om drie uur begint, het orgel en de gezangen klinken erg mooi. Tussen de Jezus- en Mariabeelden vonden Marie en ik niet wat we later hoorden dat er ook was: er lagen organen van was in de souvenirwinkel, die je blijkbaar kon kopen als je daar last van zou hebben, om te offeren aan Maria. Offeren gaat me een beetje te ver, maar ik had best een long of een nier willen kopen, al was het alleen maar om wat af te wijken van de gangbare sjaaltjes met het Portugese haantje erop.

Desgevraagd door Wim omdat dit mijn eerste Twinreis is, ga ik op de stoel van de gids zitten, neem de microfoon en vertel de Oath-reizigers in de bus over onze Twin groep en waarom wij op vakantie gaan in plaats van thuis op de bank te blijven zitten. Wim en Marie hadden van tevoren al wat Twin folders uitgedeeld, dus zo was het ijs - als dat er al was met 35 graden- gebroken en ontstonden er vanaf toen af en toe wat gesprekjes over en weer.

Terug in het hotel is er nog tijd voor zwemmen en een uurtje liggen op zonnebedjes. Het blijft voor een rechtgeaarde naturist als ik toch altijd even schrikken als je met een badpak aan het water in springt. Zo van o jee! Ik heb mijn kleren nog aan!



Donderdag gaan Kees en ik lopen naar Cascais. Onderweg lopen we even naar beneden om de verschillende strandjes aan de Boulevard te bekijken. We zien dat er kajaks liggen die je kan huren, misschien iets voor een vrij te besteden dag? De man van een souvenirwinkel met buiten enorme hoeveelheden klingelende windgongen, probeert me er een te verkopen. Hij kan hem mooi inpakken voorin de koffer. Ik heb er thuis al een aantal, maar geniet wel van het geluid. Bij het station in een koffiebarretje zitten onze mede Twinners die met de buscas zijn gekomen aan de koffie. Wij hadden daar ook nog tijd voor. Kom op de Nederlandse stations maar eens om zo'n heerlijke kop koffie voor 60 cent! Als je de prijzen van E1,50 en 60 cent om zou ruilen, kom je tot een aardige prijs-kwaliteitsverhouding!

We nemen met zijn allen de trein naar Lissabon, ongeveer drie kwartier. Ik neem de Portugese Spits mee voor een Portugese collega in Nederland. Als we in Lissabon aankomen, hebben we nog een aantal uren te besteden voor we om drie uur een twee uur durende boottocht over de Taag maken. De groep splitst zich op, zodat we allemaal kunnen doen wat we willen doen. Met zijn vieren lopen we door de straten van de bovenstad van Lissabon. We zouden hier graag lunchen omdat het minder toeristisch is, maar het is nog te vroeg om te eten, zeker omdat we vanavond pas om half negen zullen dineren. We nemen de lift naar de benedenstad. Dit zou makkelijk te lopen zijn maar het is zo leuk om in vijf seconden 30 meter lager te zitten. We lunchen op een toeristisch terras in de benedenstad. Bij de balie waar de boottochten beginnen zien we onze mede Twinners weer.

De boottocht is heerlijk, twee uur lang op de Taag met wat uitleg van een gids. In vier talen, dus als ik ergens wat mis kan ik het later weer horen. Na de boottocht lopen we terug naar het station van Lissabon, en ontmoeten daar de Twinners die met de tram gegaan zijn.

Kees en ik lopen weer terug naar het hotel. Dit keer zijn we veel eerder terug dan de Twinners die met de overvolle spitsbuscas zijn gekomen.



Op vrijdag maken we per bus met de overige Oad-reizigers een dagtocht naar Lissabon. We rijden naar de Taag om de toren van Belèm te zien, maar we hebben geen tijd om deze toren op onze manier te beleven door er in te klimmen.

We zouden gaan wandelen en lunchen in de voormalige Moorse wijk Alfama. Odette vertelt ons echter dat dit onderdeel uit het programma is gehaald omdat de wijk in de steigers schijnt te staan en slecht toegankelijk is. Er zouden al benen gebroken zijn. Dit leek me nu juist het leukste van deze stadstour en er zijn meer mensen teleurgesteld. We worden ergens anders uitgezet om te lunchen. We eten heerlijke salades. De restauratie is bijzaak van deze winkel, want binnen verkopen ze kleding en speelgoed. We kijken nog bij wat winkeltjes, waaronder een soort drogisterij, die zelfs nog petroleum en lonten verkoopt.

Na het dinerbuffet ontstaat het idee om nog even naar zee te lopen. We komen langs een restaurant met een aquarium waar je je kreeft voor het avondmaal kunt uitzoeken. Bij zee zitten vissers gemoedelijk te vissen, te roken en te keuvelen. Wij luisteren naar de bijzondere golfslag van de Atlantische oceaan en zitten op de stenen banken, die nog warm zijn van de zon van vandaag. Als we terugkomen in het hotel wil Marie uit pure euforie de nocturne van Chopin voor ons spelen op de vleugel in de bar, er zit verder toch niemand. De Twinners in de bar wedden dat Marie het niet zal doen omdat er toch wel veel mensen in de bar zijn gekomen. Als Marie de partituur op haar kamer gehaald heeft, vindt ze dat er toch teveel mensen zijn en doet ze het maar niet. Het geeft niet, het idee was leuk en morgen is er weer een dag.



Op zaterdag maken we met de Oad-bus een dagtocht door het Arrabida-gebergte. We stoppen in Azeitão voor een bezoek aan één van de belangrijkste wijnkelders van Moscatelwijn. Daniel vertelt ons in het Engels over de kelders en de wijnen. In de hof staan prachtige bloemen, kruiden en planten die heerlijk ruiken. Natuurlijk mogen we ook proeven. De zoete aperitiefdessertwijn is favoriet.

Voor de lunch stoppen we in Suzimbre, een leuk klein vissersdorpje. Thea en ik hebben geen zin om op een terras te lunchen. We lopen liever door de straatjes en over het strand. De zandkorrels zijn hier grover dan die van de Noordzee. We vinden een prachtige schelp als souvenir. Ik wil zo graag eens een sardientje voelen. Het mag bij een viskraam, ze zijn groter dan ik dacht! We moeten toch iets hebben voor de lunch en proberen een bakje sardientjes te kopen om zo op straat op te eten, zoals je in Nederland op de markt doet. Maar dat werkt hier niet zo, als je wat wilt eten van de viskramen moet je gaan zitten op het terras, en daar hebben we geen tijd voor, zegt gids Christine, de zus van Odette, die net met de buschauffeur hier gegeten heeft. Geen probleem. Thea en ik kopen op de markt verderop broodjes en schapenkaas. In het supermarktje verderop kopen we een fles Fanta.

In de bus proberen we de kaas te breken en op de broodjes te doen. Zonder mes is dit een gezellige campingachtige bezigheid. Mensen om ons heen in de bus draaien hun ventilatierondjes wat hoger. Sorry mensen, maar deze Chaumes-achtige kaas is net zo lekker als dat hij stinkt.

We rijden door het mooie Arrabida Mountain Natural Park. En dat is nu juist het probleem voor de Twingroep. Graag waren we hier ergens gestopt om de kruiden en bloemen te ruiken, de natuur te voelen en de rust te ervaren, die hier buiten de drukke steden en dorpen toch zou moeten zijn.

We stoppen in de havenstad Setubal. Midden in de fontein op het hoofdplein staat een beeld van een naakte vrouw. Ik trek mijn schoenen uit en waad door de fontein om het beeld aan te raken. Het water komt net niet tot mijn korte rokje. Dat kan Wim niet hebben, en zorgt alsnog dat het nat wordt. Geeft niets, ik begrijp best dat hij jaloers is omdat hij geen excuus heeft om zijn warme voeten op te frissen en dit beeld aan te raken. En met 35 graden is die rok zo weer droog.

Thea en ik lopen nog even door de straatjes en eten een ijsje bij de fontein. Als we weer bij het hotel zijn, lopen Wim, Thea en ik nog even naar het parkje. Wim is er nog niet geweest en Thea en ik zien ook weer nieuwe beelden, bloemen en planten.

Na het dinerbuffet, dat toch wel wat begint te lijken op de vorige dagen, gaan we nog even naar ons mooie plekje bij de zee.



Zondag is een vrije dag. Er moet ergens een soort (kinder)boerderij zijn. Acht mensen van onze groep besluiten op onderzoek uit te gaan. Twee mensen proberen met de buscas dichtbij te komen en de overige zes lopen via het park naar Cascais. In het park is het een gezellige boel. Er staan - zoals we dat dan noemen - oudhollandse spelen. Thea, Marie en ik proberen de lange latten, geen succes maar wel dikke pret. Er schalt leuke Portugese dansmuziek uit de luidspreker. We vragen aan de organisator welke cd het is. Hij laat hem zien, heeft er maar een van en kan hem ons niet verkopen. Maar even extra genieten dus. Onderweg komen we onze twee Buscasreizigers tegen op een terras. We komen er bij zitten en drinken bier en bika, (Portugese espresso). Ook proeven we wat typische gebakjes van Portugal. De caféhouder heeft de omzet van zijn leven! De boerderij vinden we geloof ik niet echt, maar we lopen wel langs een mooi pad langs het water, toch nog een stukje natuur. Een deel van onze groep gaat nog op souvenirs uit, Marie wil naar de tingeltangelwinkel, de windgongwinkel waar Kees en ik woensdag waren. En zo vermaken we ons ruimschoots tot het diner.



Maandag hebben we nog voor onszelf tot we om zes uur gehaald zullen worden met de bus voor de luchthaven. Ik wil nu eens echt lekker doorwandelen. Kees gelukkig ook. We lopen de andere kant dan Cascais op, richting de vuurtoren. Die is helaas dicht. We vinden nog wat mooie plekjes aan zee, waar we weer luisteren naar die toch wel heel speciale golfslag. We komen net op tijd in het hotel voor de lunch van een uur, die we krijgen ter compensatie van het diner op de maandag van aankomst, dat we dus niet hadden omdat we nog op Schiphol zaten met onze mueslirepen en voor de zekerheid meegenomen boterhammen.

Na de lunch ga ik met Kees nog even naar een souvenirmarktje, waar we die morgen langsgelopen waren. Langs elk kraampje waar we even stoppen, springen verkopers naar voren om ons hun waar aan te prijzen. Schaaltjes, spreien, handdoeken en t-shirts met het Portugese haantje, schelpen met Mariabeeldjes erop. Helaas geen longen en magen van was. Ook gaan we nog even naar ons mooie plekje aan zee van de avonden. De oceaan is wild, vissers drentelen rond omdat ze niet kunnen vissen. Er stoppen bussen vol Spaanse en Franse toeristen die even foto's komen maken. Je kunt hier wel uren zitten, luisteren en luisteren. We lopen nog even door het parkje, komen nog twee Twinners tegen, drinken nog een biertje in de theetuin. Zo, nu voel ik dat ik gelopen heb en kan ik rustig met acht uur vertraging reizen. En juist dan gaat de reis meer dan voorspoedig en was ik binnen acht uur van hoteldeur tot huisdeur.

Als ik om drie uur in mijn bedje lig, bedenk ik dat ik zo'n soort excursievakantie waarschijnlijk niet meer zal doen, maar dat ik genoten heb van de toegewijde begeleiders. Ze gaven me het gevoel dat ik zo vrij was als een vogeltje om te gaan en staan waar ik wilde, en ik weet zeker dat zij net als ik genoten hebben! Pluk het moment is het devies.



Veronique van Velzen 26 mei 2010
Terug naar het overzicht


Terug naar boven

Terug naar index-pagina

Reageer